10 uitspraken van operanomade Małgorzata Szczęśniak

Maker en regisseur Gable Roelofsen (1982) interviewt Małgorzata Szczęśniak (1954). Szczęśniak ontwierp het decor en de kostuums van Wozzeck, waarvan haar man Krzysztof Warlikowski de regisseur is. ‘Overal zie je dezelfde tendens: Ons theater. Onze opera. Onze eigen cultuur. Onze nationale kunst. Ik vind dit compleet gestoord. De kunsten zijn niet enkel eigen. Dat is niet hun aard.’

Ik mag met Małgorzata Szczęśniak praten. Dat is een groot privilege. Er zijn meerdere redenen waarom ik blij ben om met haar te praten. Małgorzata Szczęśniak en Krzysztof Warlikowski bewegen tussen theater en opera. Tussen Polen, Frankrijk en de rest van de wereld. En ik kijk tegen ze op, ze maakten de nu al legendarische  Phaedra mash up met Isabelle Huppert.

Warlikowski is denk ik een van de meest bewonderde Europese regisseurs van dit moment omdat hij de innerlijke onderstroom weet op te diepen uit toneelstukken en opera’s. Hij weet oudere stukken de nachtmerries van vandaag te laten uitademen. Małgorzata maakt daarbij ruimtes die deze hedendaagse nachtmerrie lijken te spiegelen. Letterlijk spiegelen, in haar ruimtes zien we veel glas, spiegels, transparante ruimtes, ze bouwt doorkijkjes naar de menselijke geest. De mens in transitie. Haar decors zijn een labyrint van tussenruimtes.

Dit is geen gewoon interview. Allereerst ben ik geen journalist, maar een jongere collega. Daarnaast was er de praktische werkelijkheid van afstand. We skypen. Na dagen vertraging is er een moment gevonden. Ik wilde weten hoe hun nomadische leven en praktijk hun werk beïnvloedt. Ik wilde haar visie op de toekomst van opera. Ik wilde weten hoe ze tot hun interpretatie van Wozzeck zijn gekomen. Wat volgt is een uur durende monoloog waarin Małgorzata mijn vragen aan elkaar verbindt en ondertussen het verhaal van haar carrière vertelt.

Ze houdt eigenlijk niet van interviews, maar ze was geraakt door het woord nomadisch. Daar herkende ze zich in. Haar spraakwaterval was zo prachtig en mijn ruimte hier zo beperkt dat ik niet anders kan dan een sublieme, Buzzfeed-achtige lijst te presenteren van zeven mooie uitspraken van Małgorzata.

10 uitspraken van operanomade Małgorzata Szeszniak

1. Samen onderweg zijn

‘Het is wat ons gemaakt heeft tot wat we zijn. Onze samenwerking begon op de universiteit. Ik was iets ouder. We zijn nu meer dan dertig jaar verder. We reizen dus al heel erg lang samen. We reisden ook al tijdens die studietijd. Frankrijk, andere landen. Het waren geen gemakkelijke tijden in Polen. Het communisme liep op haar laatste benen. We hadden nul geld maar iedereen had dromen. Dat was de enige macht die we hadden. Iets doen zonder geld.’

2. Over die vroege periode

‘We waren nog niet eens regisseur en decorontwerper. We waren mensen die dat wilden worden. Ik wilde visueel werken. In het begin moest dat gewoon met onze eigen meubelen op het toneel. We moesten werken met wat ons werkelijk interesseerde en fascineerde. Je moet dan veel beter kijken en besluiten dan iemand die alles kan doen wat hij wil.’

3. Theater, de wortels en de basis

‘Het is grappig. We studeerden tijdens het communisme lang en veel. Filosofie, psychologie, wat kan je anders. We studeerden totdat er kansen kwamen. We emigreerden een tijdje naar Frankrijk, daar besefte Krzysztof: als we echt theater willen maken dan moeten we terug naar Polen. Sommigen verklaarden ons voor gek. Maar we moesten terug naar de plek waar het begon. Dat is een krachtig ding, wortels. Ik studeerde beeldende kunst en hij studeerde theater. We hadden onze eigen taal en omgeving nodig om in het theater een basis te krijgen.’

4. Opera

‘Krzysztof zei niet meteen dat hij operaregisseur wilde worden. Maar toch was het op een of andere manier duidelijk dat het deel van ons pad zou zijn. Er is ook een verhaal uit die tijd: mijn vader lag op sterven. Krzysztof wilde die avond in Krakau, waar we toen woonden, naar de première van Rigoletto. Krzysztof zei, daar moeten we heen, dat gaat geweldig zijn. Het was de eerste keer dat wij naar de opera zouden gaan. Vanzelfsprekend kon ik die opera niet gaan zien. En Krzysztof stond daar te wachten voor het operagebouw. En toen is ‘ie mijn moeder gaan bellen. ‘Waarom komt Malgosja niet? Wat is er aan de hand? Ik wacht op haar.’ Er was altijd iets met muziek, dat lag dicht bij zijn aard. Op de toneelschool maakten we onze eerste etudes. Muziek was er altijd deel van. Het lag er allemaal al in besloten. Maar wij dachten toen echt… Krzysztof zei dat ook… Je moet een genie zijn om in de opera te kunnen werken. We zagen dat het heel veel beelden en denkwerk nodig heeft. Maar in het theater leerden we van acteurs, we leerde over dramatische structuren, we leerde de ruimte organiseren, ons werk werd organisch, de dingen kwamen samen. Voor ons was het blijkbaar belangrijk eerst de basis in het theater te leggen.’

5. Eigentijdse opera

‘Nieuwe opera’s zijn anders. Die kennen structuren die niet per se dramatisch hoeven zijn. Ik bedoel: Verdi is klassiek. Alban Berg beschouwen we nu ook als klassiek. In hedendaagse opera vind ik het moeilijk mijn weg te vinden. Wanneer is het opera? Wanneer is het performance? Is het een installatie? Hoe onderscheiden we een heldere weg? Wat is goed werk en wat niet? Spannende vragen. Maar de antwoorden ken ik nog niet zo goed. Als een libretto bestaat uit een serie onomatepeeën… Hoe moet je daar een ruimte op vormgeven?’

6. Hoe we werken

‘Onze positie laveert tussen het klassieke en een hedendaagse uitspraak. We proberen opera samen te laten vallen met het theater. Natuurlijk kijk ik naar het drama en de psychologie van het verhaal maar ik kijk tegenwoordig nog meer naar de omstandigheden waarin de componist verkeerde. Het zegt echt veel over Berg dat hij Woyzeck uitkoos om er Wozzeck van te maken. Er schuilt ergens altijd een zelfportret in van de persoon die het werk componeerde. Iets leren over iemands innerlijk leven, dat helpt mij altijd bij het maken van de voorstelling.’

‘Ik open mijn hoofd. We openen onze hoofden. En hopelijk openen we de hoofden van andere mensen om andere posities, opties en plekken te gaan zien. Dit is voor mij het belang van nomadisch leven.’

7. Alban Berg

‘Berg had gedoe met een dochter. Sinds ik dat weet bekijk ik Wozzeck en heel anders. Hij had geen contact met die dochter. Hij verwekte haar op zijn zeventiende maar toch speelt die dochter een grote rol. Dat meisje doet vele pogingen haar vader te zien. Op een dag zegt Berg: ik leg een kaartje voor je klaar, voor mijn concert van vanavond. En dan koopt hij voor haar het allergoedkoopste kaartje. Zoiets geeft mij veel om mee te werken. En van dat kleine beweeg je ook naar het grotere, het globale. De grotere context van die tijd. Aan een opera werk je twee jaar. We waren tegelijkertijd bezig met een theaterstuk over Thomas Mann. Ik heb in de afgelopen jaren bijna obsessief documentaires gekeken over de jaren dertig. Voorbereiden is ook altijd een historische reis.

10 uitspraken van operanomade Małgorzata Szczęśniak 1

8. Het openen van hoofden

‘Opera is meer dan een verhaal van A naar B. We moeten een breder perspectief laten zien. Het mag niet eenduidig zijn. Ook het publiek moet kunnen meereizen. Op elke reis, voor elke productie zoek ik naar lagen voor komende producties. Ik duik genealogieën op en verbind ze met elkaar. En op mijn reizen kijk ik ook goed naar de mensen die ik tegenkom. Ik open mijn hoofd. We openen onze hoofden. En hopelijk openen we de hoofden van andere mensen om andere posities, opties en plekken te gaan zien. Dit is voor mij het belang van nomadisch leven.’

9. Nationale kunst

‘In Polen streeft men nu vooral naar nationale cultuur. Die tendens zie ik nu eigenlijk overal. Ons theater. Onze opera. Onze eigen cultuur. Onze nationale kunst. Maar ik vind dit eigenlijk compleet gestoord. De kunsten zijn niet enkel eigen. Dat is niet hun aard. Kunst maakt juist dat het mensen opent en dat is waarom elke kunstenaar een nomade moet zijn.’

10. Gerard Mortier

‘We zijn schatplichtig aan Gerard Mortier, de legendarische operadirecteur. Hij opende op een dag Europa voor ons. Hij heeft ons gevonden. Een aantal jaar geleden is hij overleden. Hij zei altijd: opera is niet stompzinnig. Opera is ook theater en het moet ons het denken tonen. Maar wij hebben ook geleerd dat elke compositie zijn eigen logische structuur heeft. Wij gaan nooit tegen die structuur in. Wij moeten die structuur respecteren maar bovenal openen en ontsluiten. Daarin vinden wij elkaar.’