Een plek voor kunst en vrijheid

Ze is kostuumontwerper, scenograaf,  fotograaf, directeur van Festspielhaus Afrika gGmbH. Ze realiseerde het ‘Operadorp’ in Burkina Faso en is het gezicht van het Duitse kledingmerk Strenesse. Het werk van Aino Laberenz is niet in één zin te vatten en dat wil ze ook niet. De discussie is juist onderdeel van haar werk. ‘Je kan niet denken in categorieën. Kunst is nooit alleen een film, een documentaire of een toneelstuk. Het gaat om het veranderen van iemands perspectief.’ Een gesprek met Aino Laberenz over kunst, onze perceptie van Afrika, het werk van haar overleden man kunstenaar Christoph Schlingensief en de toekomst van opera.

 

‘Ik denk dat opera voor veel jongeren ver weg voelt,’ zegt Laberenz. ‘Het is heel anders om naar de opera te gaan dan naar de film. Bij opera spelen er mensen recht tegenover je op het toneel. Je kan je er onmiddellijk in verliezen. Bovendien is in de opera de muziek een onderdeel van de vertelling.’

Toch gaf opera Laberenz als klein meisje al ‘een gevoel van thuis’. Ze groeide op in een cultureel gezin. Haar vader zong in een koor en dirigeerde een klein vrouwenkoor in de kerk. Ze herinnert zich nog hoe ze op haar tiende Die Zauberflöte zag. ‘Ik kende de muziek maar op het podium kwam het allemaal samen: de fantasiewereld, de koningin van de nacht, de muziek.’

Aino Laberenz - foto: Jim Rakete
Aino Laberenz – foto: Jim Rakete

Mode & kostuumontwerp
Laberenz groeide na haar studie kunstgeschiedenis uit tot een veelzijdig kunstenaar. Ze wil zich niet laten beperken door de categorieën die taal haar opleggen en verzet zich er zelfs tegen. Kunst kun je overal vinden. ‘Couture is een vorm van kunst’, zegt ze. ‘Mode is een manier om je uit te drukken en jezelf uit te dagen. Als je naar buiten gaat in felle kleuren heeft dat invloed op je gevoel die dag.’

Toch verschilt mode sterk van haar werk als kostuumontwerper. ‘Bij het maken van een kostuum begin ik bij de inhoud. Je creëert een karakter. Bovendien is het kostuum de eerste “omgeving” van een acteur. Ik vind het interessant om te zien wat een acteur met de tekst en het karakter doet.’

Ze ontwierp bijvoorbeeld kostuums voor een uitvoering van Wagners Der fliegende Holländer tijdens een operafestival in Brazilië.  ‘Ik vond het interessant om de omgeving mee te nemen. Welke culturele geschiedenis heeft Brazilië? Hoe gaan de zangers om met de tekst? Hoe ziet het decor eruit? Dit zijn allemaal vragen waar ik me mee bezighoud als kostuumontwerper.’ Ze ziet het podium als een plek voor kunst en vrijheid. ‘Het is een intuïtief proces, ik hou me niet bezig met politiek correct zijn. Als ik een cliché nodig heb, dan gebruik ik het.’

Operadorp
Midden in de woestijn in Burkina Faso, vlakbij Ouagadougou, startte Laberenz in 2010 het  ‘operadorp’, een idee van de overleden kunstenaar Christoph Schlingensief met wie ze was getrouwd. Het project – het stichten van een operadorp in een Afrikaanse woestijn – speelt met het koloniale verleden en de gevolgen ervan. ‘Ik was geschokt hoe je de sporen van kolonisatie nog tegenkomt in Burkina Faso. Het westerse kolonialisme is een blinde vlek in Duitsland.’

Het dorp past binnen de traditie van Schlingensiefs werk. Hij maakte veel controversiële kunst, maar bevroeg altijd zijn eigen positie binnen het werk. Zo creëerde hij in 2000 in Oostenrijk het project Ausländer Raus waarin twaalf asielzoekers in een container leefden terwijl het publiek kon stemmen welke vluchteling het land uit moest. Hij bekritiseerde hierin de entertainmentindustrie met programma’s als Big Brother en de opkomst van rechts populisme en vreemdelingenangst. ‘Het gaat erom hoe je je als kunstenaar verhoudt tot de samenleving’, zegt Laberenz over zijn werk.

Schlingensief stoorde zich al langer aan de manier hoe het Westen omgaat met het continent Afrika. In een interview zei hij: ‘We hebben daar niets te zoeken. Dus laten we ophouden met het bieden van hulp waarvoor we iets terug willen hebben.’ Hij liep al een tijdje met het idee voor het operadorp rond maar ging er echt mee aan de slag toen hij ziek werd. In 2008 bleek hij longkanker te hebben. ‘De ziekte was een keerpunt in zijn leven. Hij keek terug naar wat hij zou achterlaten. Voor Christoph was het operadorp een kritiek op onze samenleving.’


Het gaat hier altijd over armoede, oorlog en geweld, terwijl Burkino Faso een brede culturele traditie heeft. Het kent theater, één van de grootste filmfestivals van Afrika en een belangrijke muziekindustrie.

Terwijl Schlingensief  en Laberenz zochten naar een geschikte locatie, werd Burkina Faso eind 2009 getroffen door een zware overstroming. Een ramp waar in Duitsland geen aandacht voor was. ‘Christoph concludeerde dat Burkino Faso economisch niet interessant genoeg was om er in Duitsland over te schrijven. Dat was onderdeel van het project: de discussie hoe we naar het continent en het land kijken.’

Ondanks de ramp moest het operadorp expliciet geen hulp bieden. ‘Dat zou een top-down situatie zijn. De discussie hierover was vanaf het begin van het project erg belangrijk.’

Operndorf Afrika
Foto: Lennart Laberenz

Meer dan een kunstproject
In de zomer van 2010 overleed Schlingensief en nam Laberenz de regie over. ‘Het operadorp is tweeledig. Inmiddels bestaat het dorp in Burkino Faso en tegelijkertijd voedt het hoofdkantoor in Berlijn de discussie in Duitsland hoe we naar het Afrikaanse continent kijken. Het gaat hier altijd over armoede, oorlog en geweld, terwijl Burkino Faso een brede culturele traditie heeft. Het kent theater, één van de grootste filmfestivals van Afrika en een belangrijke muziekindustrie. Dat is waar dit project uit bestaat: een concrete plek – het dorp – en een voortdurende discussie over culturele uitwisseling.’

In het dorp domineert kunst. Het is overal. ‘Het is belangrijk om te realiseren dat op school niet alleen wordt lesgegeven en het ziekenhuis niet alleen bestaat om mensen beter te maken. In de kunst heb je die scheiding tussen het leven, de dood en kunst ook niet. Op het toneel behandel je alles. Zo is het in het dorp ook. Het operadorp is niet alleen een sociaal project of een kunstproject. Het is alles.’

Culturele verschillen
Laberenz is ervan overtuigd dat kunst culturele verschillen kan overbruggen. ‘Of we nu een film vertonen in het ziekenhuis, kunstlessen voor kinderen organiseren of een fotografieproject starten: ze gebruiken kunst om zich te uiten. Wij gebruiken kunst bovendien als taal om de verschillen in Burkina Faso tussen de traditionele dorpjes en het moderne leven in de stad bespreekbaar te maken.’

Toch blijven de verschillen tussen Duitsland en Burkina Faso groot. Laberenz zegt zich er elke dag bewust van te zijn dat ze een gast is in Burkina Faso, daarom begon ze het project met mensen uit het land zelf. ‘We willen met het project niemand in Duitsland of Burkino Faso integreren.’

Het gehuil van een pasgeboren baby kan mooier zijn dan een aria van Wagner.

Opera – in de traditionele zin van het woord – speelt dan ook geen rol. ‘Het was nooit de bedoeling om met het operadorp daadwerkelijk opera naar Burkino Faso te halen. Voor Christoph was het belangrijk om de term ‘opera’ op te rekken. In de traditie van Joseph Beuys hanteerde hij een kunstbegrip dat het hele leven omvat, opera als een ‘sociale sculptuur’. Op die manier kan het gehuil van een pasgeboren baby mooier zijn dan een aria van Wagner. Wij ervaren opera elke dag maar niet op de manier waarop in Duitsland of Europa over opera wordt gedacht.’

Toekomst van de opera
Ligt de toekomst van opera in deze brede definitie? ‘Nee. Ons operadorp is geen voorbeeld van hoe opera zou moeten zijn. Maar misschien biedt het een nieuwe manier om naar kunst te kijken, we zullen zien. Ik ben opgegroeid met muziek, literatuur en theater en ik hou van de taal die opera biedt. Maar het is belangrijk om opera niet weg te zetten in een ivoren toren maar er juist over te praten. We zouden meer frisse ideeën moeten ontwikkelen voor dit honderden jaren oude erfgoed. We zouden verrast moeten worden als het doek opgaat.’