Introductie op Figaro (solo): Bring me a Storm

Een storm naar de opera brengen betekent overgave aan ruwheid. Het risico van improvisatie in het live zingen en musiceren. De uitdaging om een verlaten podium te doen ontwaken, eenzaam achtergelaten door een pandemie. Onze zanger zoekt naar ruwheid, zijn lied zelf is ruw en hij vraagt om meer.

Het libretto is een vrije bewerking van een uitgebreide solo voor Beaumarchais’ gelijknamige Figaro. Een ongebruikte tekst in Mozarts Le nozze di Figaro. Voor Beaumarchais vormde deze monoloog een ruimte om de grenzen tussen fictie en actualiteit te doen vervagen. Hij vermengde zijn eigen stem en ervaringen als gecensureerde auteur met de strijd van de eeuwige dienaar, kapper, dichter en manusje-van-alles: de legendarische Figaro. Boris Bezemer heeft het kader van Beaumarchais’ monoloog opgepakt en uitgewerkt met zijn eigen poëzie, ideeën, actualiteiten en andere zaken die voor hem van belang zijn.

Figaro (solo) wacht op een dag waarop het publiek hem persoonlijk kan ontmoeten. Maar hij wacht niet om zich te laten zien, om door de schermen te roepen als een gestrande zanger die huilt bij de golven, de voorbijvarende schepen, of de mensenmassa’s waar hij vroeger tussen leefde.

Hij is alleen, maar hij wacht niet om te spreken.