Gable over opera

Met trots introduceren we onze OFF-ambassadeurs; een kleurrijk gezelschap aan jonge makers, doeners en denkers uit de kunstwereld. We praten met hen over opera, kunst, het festivalprogramma en andere bezielde zaken. Lees het hier!

Gable Roelofsen (1982) is acteur, regisseur, schrijver, zanger, producer en operamaker. Hij deed de Toneelacademie in Maastricht, waar hij samen met zijn zus Romy Het Geluid Maastricht oprichtte. Hiermee geeft hij zijn liefde voor opera en muziektheater vorm.
Gable schrijft nieuwe theaterteksten voor interdisciplinair werk. Ook is hij gastdocent aan de UvA, waar hij studenten lesgeeft over opera en muziektheater. Als kroon op zijn werk won hij met Het Geluid de Berliner Opernpreis 2016 voor hun productie Wesendonck-Lieder Heute.

‘Bij opera leer je over oudere tijden in een nieuwe context en hopelijk is Opera Forward Festival ook een plek waar verschillende generaties cultuurgangers elkaar ontmoeten.’ Zo begint ons gesprek, direct en stevig, terwijl ik nog geen enkele vraag heb hoeven stellen. Ik ben benieuwd wat Gable mij nog meer kan vertellen over zijn liefde voor opera, theater en al zijn ervaring daarin.

Kun je iets vertellen over jouw passie voor opera?
Na de Toneelacademie Maastricht heb ik een postgraduate gedaan in Antwerpen, over opera en muziektheater. Dat was in 2009, en daarna ben ik in allebei die richtingen aan het werk gegaan. Ik deed opera regieassistenties, en ben zelf muziektheatervoorstellingen gaan maken. Ik heb vooral veel kleine dingen bij de Nederlandse Reisopera gedaan en deed met hulp van De Nationale Opera enkele internationale cursussen. Mijn eigen gezelschap werkt met traditionele opera, maar doet ook allerlei vernieuwende muziektheater projecten. Zoals Common Carnaval, waarin we met een groep Syrische mensen uit het AZC in Maastricht een tijdelijke carnavalsvereniging hebben opgericht. Zo konden we hen laten kennismaken met de lokale traditie en de uitwisseling tussen oude en nieuwe Maastrichtenaren bevorderen.

Het Geluid Maastricht: Common Carnaval (2016)
Het Geluid Maastricht: Common Carnaval (2016)

Wat is volgens jou het grootste verschil tussen opera maken en theater maken?
Er zit heel veel bewustzijn van andere tijden in oudere muziek. En in nieuwe muziek en muziektheater komt het rituele aspect meer naar voren. Shakespeare en de Griekse tragedie hebben een relatie met opera. Maar veel toneel werkt door de psychologie reducerend. Soms vind ik de taal in zekere zin beperkend, en als ik theater met taal maak, vind ik het ritme en wat het zegt over de maatschappij belangrijker dan de individuele psychologie. Bij opera kun je ook met vorm werken, en dingen die de alledaagse werkelijkheid overstijgen, dat vind ik heel tof. Aangezien velen van ons niet meer religieus zijn, vind ik het mooi dat zo’n heftige ervaring als een seculier ritueel kan worden gezien. Wat ik zo mooi aan opera vind, is dat je naar een zanger luistert die heel groot, indrukwekkend en heel kwetsbaar tegelijkertijd is. Dat kunnen sporters ook hebben, die stijgen boven zichzelf uit.

Hoe was jouw allereerste keer opera?
Het was niet alsof ik op m’n dertiende Rigoletto zag en de opera in wilde, ik wil er geen romantiek van maken. Om eerlijk te zijn weet ik het niet meer zo goed. Wel wilde ik altijd zelf zanger worden en het theater in. Ik probeer tegenwoordig veel te zien waar muziek en theater in samenkomen. Ik zie bijna alles van De Reisopera en De Nationale Opera. En als ik in het buitenland ben probeer ik ook veel te zien. Een paar lievelingsgezelschappen? De Munt in Brussel is fantastisch, net als de Bayerische Staatsopera in München.

Het Geluid Maastricht: Contested Waters

Wat denk je dat OFF toe kan voegen?
Een paar jaar geleden was opera door de abonnementen altijd uitverkocht. Wij zijn een wat meer kieskeurige generatie die geen abonnementen meer neemt denk ik, omdat we veel verschillende dingen doen en leuk vinden. Als je bijvoorbeeld naar je kledingkast kijkt verandert die in een paar jaar tijd gigantisch, net als je ervaring en smaak in cultuur. Voor een operahuis is dat lastig, omdat opera een traag productieproces kent. Daar zit ook een mooie kant aan, opera kan in een behoefte voorzien waarvan veel mensen niet weten dat ze die hebben. Ik hoop dat OFF mensen dat bewustzijn kan geven, waardoor ze opera kunnen ontdekken. En wat ik het allermooiste vind? Dat het een combinatie van denken en doen is. Er is een denkprogramma omheen, en er zijn jonge mensen die het mogen uitvoeren en ervan kunnen proeven. Zodat ze participeren, naast een zanger staan en zelf nadenken over hoe een kunstvorm als opera een verbindende factor kan spelen. Dat is erg belangwekkend!
Ook denk ik dat er een hernieuwde interesse is in ambacht. Mensen gaan bijvoorbeeld niet meer naar de kapper, maar naar de barber. Maar de barber van nu is heel anders dan de barber uit de jaren twintig. In dat opzicht denk ik dat het festival zich kan ontwikkelen, want er is een enorm gat tussen de gearriveerde generatie en de jonge, onervaren mensen. Als die vaardigheden en belevingswerelden elkaar vinden kan dat een mooie, interessante mix opleveren.

Wat is de meest memorabele productie die je ooit hebt gezien?
Dat zijn er meerdere. Doctor Atomic, een opera van de moderne Amerikaanse componist John Adams, op een libretto van Peter Sellars. Dit ging over het ontstaan van de atoombom, een superbelangrijk onderwerp in de geschiedenis. Ik mocht in 2007 tijdens Holland Festival als een soort kijkstage bij de regie van Sellars aanwezig zijn, wat mijn eerste kennismaking met opera achter de schermen was.
De tweede is van datzelfde festival en hetzelfde jaar door Patrice Chéreau, die inmiddels is overleden. Hij regisseerde Uit een Dodenhuis van Leos Janácek, naar Dostojevski, en dat is oprecht de mooiste opera die ik ooit in m’n leven gezien heb. Hij werkte met een mix van acteurs en zangers, en het was zo realistisch als een film. Iedereen speelde en zong zo ongelooflijk goed, als de beste theatervoorstelling die je maar kunt voorstellen, maar dan met muziek eronder. Ik zat toen naast Lotte De Beer (regisseuse van o.a. Hänsel und Gretel, red.) en we waren destijds nog broekies. We keken elkaar aan: ‘hoe heeft hij dit in godsnaam gemaakt?’ Deze voorstelling zal altijd een mooie herinnering blijven.
En een recente was Orphée et Eurydice door Romeo Castellucci. Hij heeft een getrouwd stel geportretteerd waarvan de vrouw in locked-in-syndroom in een tehuis lag. Hij maakte elke avond live verbinding met het operahuis en het verzorgingshuis waar zij lag. Die vrouw kon dus elke avond meeluisteren vanuit haar bed. Dat is echt de toekomst, het leed van de wereld zo het operahuis in te halen op integere, niet-sentimentele manier.