Kunst voor de opera

Marc Chagall, Salvador Dalí, David Hockney, Edvard Munch en Pablo Picasso zijn slechts enkele kunstenaars die hebben ontworpen voor opera-, theater- of balletproducties. Zij werkten als decor- of kostuumontwerper, of voor permanente installaties. En Karel Appel, Anish Kapoor, William Kentridge en Jannis Kounellis werkten in het recente verleden in opdracht voor De Nationale Opera. Wat maakt ontwerpen voor de opera voor deze kunstenaars interessant?

Pierre Audi, regisseur en directeur van De Nationale Opera, zoekt regelmatig actief de samenwerking met beeldend kunstenaars op. In een interview laat hij vallen dat het aannemen van befaamde kunstenaars meestal ver buiten het budget van de opera ligt, maar dat zij het vaak als een eer zien om voor een operaproductie te mogen ontwerpen en daarom voor een vriendenprijsje aan de slag willen gaan. Niet alleen omdat ze binnen de muren van een operahuis op grote schaal een uitdagend project kunnen realiseren, maar ook omdat opera een Gesamtkunstwerk is: kunst krijgt als onderdeel van een muziektheatrale setting een heel andere lading. Hieronder volgen enkele van mijn favoriete voorbeelden van beeldende kunsten voor de opera.

Marc Chagall – Het plafond van de Opera Garnier te Parijs

Aan het door velen geliefde, maar door sommigen gehate plafond van de Opera Garnier te Parijs heeft de Joods-Wit-Russische kunstenaar Marc Chagall een jaar lang gewerkt. Chagall wilde geen vergoeding voor zijn werk ontvangen: hij deed het project uit liefde voor de kunstvorm. Op het plafond zijn verschillende opera’s en balletten afgebeeld, vermengd met Parijse stadsmonumenten en ‘Chagall-wild’ in de vorm van zoömorfe engelen, enorme kippen en musicerende geiten. Chagall was sterk geïntrigeerd door muziek, de opera en het ballet. Deze thema’s keren dan ook voortdurend terug in zijn schilder- en beeldhouwwerken.

In sommige operahuizen en concertzalen is het een gebruik om de namen van befaamde componisten op de balkons van het auditorium aan te brengen. De Grote Zaal van ons eigen Concertgebouw is hier een voorbeeld van. Chagalls plafondschildering sluit aan bij deze traditie: niet alleen zijn er verschillende opera’s uitgebeeld, we lezen er ook de uitgeschreven namen van enkele van Chagalls lievelingscomponisten.

Het Google Cultural Institute heeft hogeresolutiefoto’s gemaakt van Chagalls plafond. Bekijk hier het werk in detail.

Voorbereiding op het plafond van de Opera Garnier in Chagalls tijdelijke werkplaats te Meudon, 1964 © Adagp, Paris 2015 – foto: Izis-Manuel Bidermanas

Anish Kapoor – Het decor voor Pelléas et Mélisande

Pelléas et Mélisande is de enige opera van de Franse componist Claude Debussy. Voor een productie voor de Brusselse Muntschouwburg, geregisseerd door Pierre Audi, ontwierp kunstenaar Anish Kapoor het decor, dat in wezen uit één object bestaat. Het ontwerp van Kapoor levert een uniek toneelbeeld op, maar nog belangrijker voor de operaproductie zelf is de interactie tussen het decor, de zangers en de regie. Audi verklaart in een interview: ‘Ik heb achteraf begrepen dat niet zozeer het grootse plastische gebaar, het beeld, me aantrekt, maar de dramaturgie.’ Het kunstwerk moet dus een duidelijke dramaturgische functie in de opera hebben. De hoofdpersonages Pelléas en Mélisande reageren bijvoorbeeld anders op elkaar en hun omgeving, dan dat ze in een klassieke setting zouden doen. Hierover zegt Audi: ‘Het decor werkt in zekere zin als een röntgenapparaat: we zien niet de buitenkant van de personages, maar kijken als het ware door hun huid. Ze zullen ook “fysieker”, “dierlijker” zijn, waardoor hun onderbewust misdadige en donkere eigenschappen zichtbaar worden.’ We zien hier dus dat beeldende kunst een geheel nieuwe functie op zicht neemt: door onderdeel te zijn van een schouwspel met muziek is ze plotseling de backdrop van de theatrale-muzikale fantasie geworden. Anderzijds ‘dwingt’ de introductie van kunst op het podium het acteerwerk in richtingen die de regisseur zelf misschien niet had kunnen voorzien. Kapoors grimmig-rode object is dus niet slechts decoratief, maar juist op een ingrijpende en manipulatieve manier op het toneel aanwezig.

Pelléas et Mélisande, 2008 – La Monnaie / De Munt – foto: Bernd Uhlig

Pae White – MetaFoil in de Operaen te Oslo

Het nog niet zo oude operahuis van Oslo herbergt een schat aan opdrachtwerken: onder andere Olafur Eliasson en Monica Bonvicini leverden bijdragen aan het inmiddels geliefde stadsmonument. Het meest in het oog springend is Pae White’s reusachtige theaterdoek in het auditorium: een folieachtig kleed dat veel gelijkenis vertoont met haar Hollywood Crincle in het Stedelijk Museum. Het vlak van het theaterdoek bestaat uit een geweven patroon, dat er van een afstand uitziet als reflecterend metaal. Het resultaat is daardoor niet alleen een verontrustende mindfuck, maar ook een verwijzing naar de gespeelde en mimetische wereld van theater en opera.

Pae White, MetaFoil, 2008 Foto: Eric Berg