Merlijn over opera

Met het festival in aantocht introduceren we met trots onze OFF-ambassadeurs; een kleurrijk gezelschap aan jonge makers, doeners en denkers uit de kunstwereld. We praten met hen over opera, kunst, het aankomende festivalprogramma en andere bezielde zaken. Lees het hier!

Ik ben componist, maar niet van muziek alleen. Ik ontwerp ervaringen voor alle zintuigen’. Aldus Merlijn Twaalfhoven (1976, Wapserveen). Zijn oeuvre is werkelijk indrukwekkend te noemen. Zijn composities worden wereldwijd uitgevoerd door talloze orkesten.  In 2013 ging hij met andere musici naar Jordanië om daar een project op te zetten met Syrische vluchtelingen. Hier werden actieve verbintenissen gemaakt tussen Nederlanders en Syriërs door middel van workshops en een daaruit resulterend concert.  Merlijn werkt bovendien als lector aan de hogeschool voor de kunsten Artez en studeerde altviool en compositie aan het Conservatorium van Amsterdam.

Gelukkig had hij een gaatje in zijn drukke schema, en spraken wij over opera – geheel toepasselijk – in Fidelio te Amsterdam.

Wanneer kwam je voor het eerst in aanraking met opera?
Dat weet ik niet meer zo goed. Maar tijdens de vooropleiding van het conservatorium in Den Haag volgde ik een operaklas. Toen zag ik Dialogue des Carmelites, en dat was een van de meest indrukwekkende momenten uit mijn leven. Dat stuk wordt zo fantastisch opgebouwd naar een climax! Ik was zeventien. En die combinatie van geweldige muziek en een leeftijd waarop ik zo gretig was om al die muziek, kunst en theater in me op te nemen, had toen een heel grote impact.
Ik ben wel opgegroeid met veel muziek. Met mijn ouders ging ik veel naar festivals, zoals het Festival Oude Muziek Utrecht. Daar heb ik enorm veel livemuziek meegekregen, ook barokopera’s. Maar een opera met alle toeters en bellen, decor en kostuums, zag ik pas voor het eerst die bewuste dag in Den Haag.

Wat heb je daarna nog gezien?
Ik heb veel opera meegekregen omdat ik in hetzelfde gebouw les had als die operaklas, en later zo nu en dan iets van De Nationale Opera en de Nederlandse Reisopera. Wat ook indruk heeft gemaakt was Drie Zusters van Tsjechov, vertolkt door Peter Eötvös. Ongelooflijk! Voor het merendeel hoorde je een klein ensemble, maar in de laatste paar minuten bleek er een heel orkest te zitten. Dat was zo radicaal! Want als maker heb je uiteraard te maken met een budget. En als je dan budget voor een heel orkest hebt, maak je daar natuurlijk van begin tot eind gebruik van. Maar dat deed Eötvös niet!
Op menselijk gebied is het heel lullig om al die musici uren te laten wachten en ze maar een paar minuten te laten spelen. Maar door zo zorgvuldig te doseren en verrassen, raakte het zeer diep, erg slim. Vergelijk het met een kok die een lekker kruid heeft, die wil het op het juiste moment in een gerecht doen. Verrassen, vernieuwen, daar gaat het om.

Ik vind het belangrijk dat opera zich verbindt met de actualiteit en de hedendaagse wereld, dat was vroeger ook de missie van opera en veel theater.

Is dit waarom je ambassadeur bent geworden voor OFF?
Ik ben in eerste instantie ambassadeur omdat ik het belangrijk vind dat opera zich verbindt met de actualiteit en de hedendaagse wereld, dat was vroeger ook de missie van opera en veel theater. Er zit politiek commentaar in, kijk maar naar Mozart en Shakespeare. Dat is voor een musicoloog heel interessant, maar wat hebben wij voor boodschap aan spanning in het Weense hof in die tijd? Ik zie als maker verantwoordelijkheid om iets te zeggen over deze samenleving en deze realiteit.

Denk je dat er veel vooroordelen zijn over opera?
Het gevoel van mensen wordt bepaald door de groep waarin je verkeert, dat geloof ik. Als dat publiek wordt gedomineerd door mensen die veel ervaring hebben met opera en misschien allemaal al gepensioneerd zijn, dan is het een totaal ander gevoel dan als je naar een concert gaat waar grotendeels mensen van je eigen leeftijd zijn.
Het genre zelf is niet problematisch, maar de setting wel volgens mij. De prijs speelt ook absoluut mee. Ik geloof dat het publiek heel veel te halen heeft bij opera als ze tussen een andere groep mensen zouden zitten. Voor De Nationale Opera, die een stevige basis heeft van operaliefhebbers en die natuurlijk niet wil wegjagen, is dat wel lastig. Ik hoop dat er met het festival een mooie nieuwe mix ontstaat,  en dat misschien de meest behoudende operaliefhebbers thuisblijven zodat er ruimte komt voor mensen die getrokken worden door de redenen van de operamakers. Als dat urgente redenen zijn, zoals maatschappelijke betrekkingen, en ze dat kunnen delen, niet alleen tijdens de uitvoeringen zelf, maar ook in het randprogramma, dan kan het slagen. Ik wil bijvoorbeeld tijdens het festival zeker de ontmoeting met Richard Sennett niet missen! Het is zo belangrijk om muziek, kunst en het denken over de wereld van vandaag bijeen te brengen!

Wilde je dat ook bereiken met jouw opera Postcard From Aleppo?
Jazeker. Die opera draaide om betrokkenheid van mensen. Ik had geen subsidie, slechts een budget van 1500 euro voor alles. Middels een crowdfundingsactie heb ik om hulp gevraagd. Ik wilde de mensen in Aleppo die opera laten schrijven, middenin de oorlogssituatie daar. Ik wilde graag weten hoe hun leven eruitzag: wat doe je, ga je naar school, ben je getrouwd, ga je naar je familie? Dertig mensen heb ik uitgenodigd om daarover te vertellen, dankzij Facebook en internet kan dat gewoon. Zij hebben daar slecht bereik, dus ik kreeg vaak handgeschreven brieven terug, heel bijzonder. Op basis van al die verhalen ben ik toen de opera gaan schrijven. Maar het belangrijkste vond ik om het proces te delen, dus niet om te zeggen ‘dit is mijn product’, maar vooral om aan te geven ‘dit is mijn vraag, dit is mijn zoektocht’. Hierdoor werd het publiek betrokken en nieuwsgierig naar het resultaat. Ik hoop op deze manier meer projecten te doen.


Merlijn Twaalfhoven, Abdelkader Benali, Ola Mafalaani, inwoners van Aleppo: A Postcard from Aleppo

Snap jij dat veel jonge mensen weerstand hebben om naar de opera te gaan?
Ik kan me voorstellen dat Nationale Opera & Ballet een plek is die moeilijk te verhapstukken is, maar opera zelf biedt veel ingangen, want er gebeurt visueel veel, en er wordt gezongen en geacteerd. Dat zijn volop redenen voor jonge mensen om geïnteresseerd te zijn. En ik zeg niet dat elke operamaker dat even goed doet, hoor. Maar opera an sich heeft alles in huis om iedereen aan te spreken, zo is het altijd geweest. Opera was ooit iets waar een groot deel van het volk heel graag bij wilde zijn. De stoelen waren voor de rijken, maar boven op het balkon koste het een kwartje of een stuiver. Een gênante tweedeling overigens, die tegenwoordig evengoed nog bestaat. Nu heb je veel mensen die het niks meer interesseert, omdat ze van tevoren denken dat ze daar toch niet bij horen.

Zou concentratie er ook mee te maken hebben?
Dat is heel goed mogelijk, mensen zijn meer ‘online’ tegenwoordig. En daar kan op twee manieren mee worden omgegaan. De eerste is een houding die zegt: je moet die drie uur maar uitzitten, dwing jezelf maar. Maar daarmee kun je een trauma creëren en dan komen ze nooit meer terug. En de tweede, welke ik liever zou zien, is mensen tien minuten  laten ervaren hoe prachtig het is om supergeconcentreerd te zijn. Ik zie een heftig gevecht van aandacht tussen inhoudelijke zaken en oppervlakkige zaken. Met alles wat ik in me heb wil ik me toewijden aan dat gevecht! Maar daarin wil ik wel slim zijn en alle expertise die er is gebruiken. Ik wil kijken waar mensen wel heel aandachtig zijn en dat uitbouwen en vergroten.