Operabc — I, J & K

Met deze Operabc bespreken wij voor elke letter van het alfabet één pilaar van opera. Een onmisbare gids voor de closeted operaliefhebber en een opfriscursus voor eenieder die zich afvraagt hoe het ook alweer zat.

Een intermezzo betekent letterlijk tussenspel en vindt daarom vaak plaats tussen, jawel, twee stukken in. Je kunt hierbij denken aan een pauze of een rustmoment, maar je hebt bijvoorbeeld ook een muzikaal intermezzo: een luchtig stukje muziek als onderbreking van een wat zwaarder programma. De traditie van het intermezzo is te herleiden naar de begindagen van de opera. Als tegenwicht voor de opera seria (serieuze opera), werd het intermezzo gebruikt als komische noot tussen de bedrijven door. Deze pauzeprogramma’s werden op den duur zo populair dat de operavorm opera buffa (komische opera) eruit is ontsproten.


Giacomo Puccini: Intermezzo uit Manon Lescaut, Prinsengrachtconcert 2013


De Tsjechische componist Leoš Janáček (1854-1928) schreef de meest prachtige opera’s en muziekstukken, maar zijn eigen leven kenmerkte zich vooral door tegenslagen. Men gaat ervan uit dat zijn ongelukkig huwelijk en de veel te vroege dood van zijn twee kinderen Olga en Vladimir de oorzaak zijn van de melancholische en soms ronduit depressieve aard van zijn werk. Zijn opera Jenůfa (1904), waarmee hij doorbrak als operacomponist, droeg hij op aan zijn dochter Olga, die een jaar eerder was overleden.
Janáček ontwikkelde een persoonlijke operastijl met een centrale plaats voor de ‘spraakmelodie’: melodieën die het natuurlijke ritme en de intonatie van het gesproken Tsjechisch volgen. Hiervoor luisterde hij gesprekken in het openbaar af en noteerde alles om zo de precieze klank van gesproken taal te kunnen vangen.
Een van zijn bekendste muziekstukken is Sinfonietta (1926). Deze epische symfonie voor een groot orkest zou niet misstaan in een Hollywood filmproductie, hoewel het af en toe misschien meer klinkt alsof er vijf films tegelijk spelen. De Japanse schrijver Haruki Murakami koos het stuk precies om die reden voor de openingsscène van zijn boek 1Q84 (2009) waarin de protagonist vaststaat in het verkeer en mijmert: ‘probably not the ideal music to hear in a taxi caught in traffic’.


Leoš Janáček: Jenůfa, La Monnaie | De Munt, 2014

De kopstem (of falset) is een zangtechniek waarbij de borstresonantie zoveel mogelijk wordt ontzien. Hierdoor ontstaat de indruk dat er alleen tussen mond en stembanden geluid wordt geproduceerd. Het effect is een zeer hoge, maar zachte klank. Hoewel het een populaire zangtechniek is, zul je in traditionele opera’s niet snel de held met kopstem horen treuren over de dood van zijn geliefde; door het vrouwelijke karakter wordt de zangtechniek in de opera vooral gebruikt voor komisch effect. In de popmuziek waren het vooral the Bee Gees die de kopstem populair maakten. Tegenwoordig is de kopstem er haast niet meer weg te denken door zangers als Prince, Bono, D’Angelo en Sam Smith.


D’Angelo & The Vanguard: Really Love, Live on SNL, 2015

Bestel nu jouw tickets voor het Opera Forward Festival!