Zingen voor een betere wereld

‘Zingen gaat over communicatie, het aanvoelen van emoties. Mensen begrijpen elkaar zo vaak niet, alleen doordat ze een foute toon hebben, een fout ritme, de foute intonatie…

Anthony Heidweiller is een man met een missie. Als operazanger en artistiek leider van vele educatie- en participatieprojecten, waaronder het Opera Forward Festival, heeft hij maar één doel: met kunst een betere wereld maken.

Tussen het ontvangen van internationale gasten en jonge componisten door, ontmoet hij mij op zijn lichtelijk chaotische kantoor bij De Nationale Opera. Hij kan nauwelijks stilzitten als hij vertelt over zijn grote passie. Met twinkelende ogen en de duidelijke stem van een bariton vertelt hij honderduit over de essentiële rol van kunst in onze maatschappij.

Je zou het nu nooit zeggen, maar als kind was Anthony muisstil. Dit had te maken met een grote handicap: hij stotterde. ‘De angst om überhaupt een zin te moeten uitspreken was gigantisch!’ Om van zijn praatangst af te komen ging hij als 15-jarige puber op zangles in zijn woonplaats Den Haag. Zijn eerste ontmoeting met zang zorgde voor een grote omslag in zijn leven: ‘de vrijheid die ik toen voelde was ongelooflijk!’ Door te zingen leerde hij voor het eerst communiceren, en de wereld mocht het weten. Met een hernieuwde liefde voor de maatschappij nam hij zitting in allerlei besturen en schreef zich in voor een studie sociologie. Dat bleek het toch niet helemaal te zijn, en na wat omzwervingen belandde hij op het conservatorium in Utrecht, waarna hij doorstroomde naar het extra koor van De Nationale Opera in Amsterdam. Hartstikke leuk natuurlijk, maar Anthony, inmiddels de 30 gepasseerd, wilde méér.

Wanneer viel het kwartje?
Ik weet het nog heel goed. Het was rond 1997 of 1998 en we waren met het koor aan het repeteren voor de opera Oedipus Rex van Stravinsky toen de regisseur, Peter Sellars, binnenkwam. ‘Dear Artists,’ begon hij, ‘thousands of people are dying because there’s no food, no water…’ En hij vervolgde met een heel verhaal over de toestand in de wereld waarop hij concludeerde ‘and that’s the reason why I want to make Oedipus Rex!’ Mijn mond viel open. Eindelijk begreep ik het! Zo had ik nog nooit naar opera gekeken, niemand had het in die tijd over de rol van kunst in de maatschappij. Na afloop van de repetitie ben ik naar hem toegegaan om te praten. Hij zei ‘you and me, we’re going out for dinner.’ Uren hebben we die avond gepraat over de wereld en onze rol daarin als kunstenaars. Met mijn hoofd in de wolken fietste ik om 4 uur ‘s nachts naar huis. Ik wist: vanaf nu is mijn doel in het leven het verbinden van mensen door middel van kunst. Na die dag heb ik ook meteen helemaal het roer omgegooid. Ik stopte met alles waar ik mee bezig was en heb gelijk een stichting opgezet, ben eigen producties gaan maken, en startte het Yo! Opera jeugdfestival. Iedere keer als ik nu Peter Sellars zie herinner ik hem aan dat moment.

In elk mens schuilt een kunstenaar.

Wat is de kracht van participatieprojecten?
Een participatieproject gaat om mensen in contact brengen met kunst, buiten het podium om, vanuit hun privé situatie. Net als bij mezelf: ik leerde zingen omdat ik wilde leren praten. Ik geloof niet zo in de scheiding tussen ‘amateur’ en ‘professional.’ In elk mens schuilt een kunstenaar. In mijn projecten gaat het om de verbinding, dat mensen samen iets moois maken en zo dichter tot elkaar en tot henzelf komen. Een paar maanden geleden mocht ik bijvoorbeeld een mooi project doen dat puur ging om zang als communicatiemiddel. De gemeente Berlijn belde me op met de vraag of ik een koor wilde vormen van Syrische jongeren die daar net waren aangekomen, om hen op die manier de Duitse taal te leren. Dat is heel wezenlijk.

Je hebt ook andere bijzondere projecten gedaan zoals het BOOM! Opera festival, waarin bekende denkers toespraken hielden over o.a klimaatverandering en een duurzame economie begeleid door een live koor. Wat was het idee hierachter?
Die combinatie van praten en zingen pas ik eigenlijk in al mijn projecten toe. Je praat het beste als je tegelijkertijd muziek hoort, dan kom je in een soort flow terecht, wat jouw boodschap versterkt. Met BOOM! hadden we Herman Wijffels als spreker, toch een politicus en econoom van de oude stempel die aanvankelijk heel sceptisch was. ‘Dit wordt een soort kerkdienst,’ zei hij. Na afloop van zijn speech was hij zo enthousiast, hij vond het prachtig om op die manier wetenschap en kunst met elkaar te verbinden. Vorig jaar had ik in Brussel ook een gigantisch project, 1000 Voices for Peace, een herdenkingsconcert ter ere van de Eerste Wereldoorlog. Ik had leiding over een koor van zo’n 1000 zangers van over de hele wereld, die optraden voor politici en wereldleiders zoals Ban-Ki Moon. De toenmalige president van de Europese Unie, Herman van Rompuy, hield een toespraak die we samen hadden geoefend op zijn kantoor. Voor hem, een man die zoveel speeches in zijn leven heeft gehouden, was het een totaal nieuwe ervaring om te spreken begeleid door zang. Na afloop kwam hij geëmotioneerd naar me toe en zei dat deze manier van spreken echt iets in hem had losgemaakt wat hij niet van zichzelf kende. Dat vond ik heel bijzonder.

Foto: Bowie Verschuuren

Dus eigenlijk zouden alle vergaderingen van het Europees Parlement begeleid moeten worden door een koor?
Ja, dat zou fantastisch zijn! En het is niet eens mijn eigen droom. Een bekende Catalaanse componist die ook zeer politiek geëngageerd was, Pablo Casals, had dit idee al in de jaren vijftig. Hij had een bijzondere vriendschap met de toenmalige secretaris-generaal van de VN, Dag Hammarskjöld. Hun droom was dat alle VN vergaderingen zouden beginnen met dat iedereen samen zingt, om daarna over oorlog en vrede te praten. Dat is er volgens mij nooit van gekomen. Maar het is zo belangrijk: zing eerst met elkaar!

Mensen begrijpen elkaar beter als ze eerst samen zingen?
Absoluut. Daarom denk ik dat het belangrijk is dat ouders samen met hun kinderen zingen, om begrip te creëren. Als kersverse vader zing ik ook voor mijn baby. In een bijzonder project op IJburg een paar jaar terug heb ik dat op grote schaal gedaan: een koor gemaakt van kinderen met hun vader en moeder. En volgend jaar ga ik een groot project coördineren binnen het vmbo-onderwijs, dat draait om het zingen in koorverband. Middelbare scholieren gaan dan toespraken houden terwijl hun klasgenoten zingen. Ik heb al een testfase achter de rug, en – je zult het niet geloven – ik krijg ze stuk voor stuk aan het zingen. Het belangrijkste is om eerst goed uit te leggen waarom ze dit doen. Als ik binnenkom is mijn boodschap: ik kom hier omdat ik met kunst een betere wereld wil maken. Dan vragen ze meestal ‘meester, zing eens wat.’ Omdat ik zo in het project geloof geef ik dan echt alles, ik ben alleen maar beter gaan zingen. Als ik dat gedaan heb zijn ze allemaal stil. Opeens snappen ze het: zingen, daar word ik een beter mens van. Zingen draait niet alleen om een podium, om Idols.

Er broeit iets, er komt steeds meer besef dat kunsten de wereld kunnen verbeteren maar nu moeten we nog de mensen vinden die dat gaan doen.

Is de operawereld wel klaar voor jouw type projecten?
Natuurlijk maak ik vaak mee dat mensen er niet in geloven. Maar hoe moeilijker mensen doen, hoe creatiever ik word om hen te overtuigen. Ik begrijp ook heel goed waar die argwaan vandaan komt. We hebben 200 jaar lang etiketten geplakt op wat ‘mooi’ wordt gevonden, het kost tijd om dat te veranderen. Het leven heeft zoveel angsten in zich, en die traditie geeft houvast. Daarom neem ik mensen mee, ik laat ze zien dat het werkt en zeg niet: ‘zo gaan we het doen’. Inmiddels heb ik ook veel mooi beeldmateriaal van vorige projecten, waarmee ik mensen kan overtuigen dat ik niet alleen een babbelaar ben met grote plannen, maar dat ik ze ook uitvoer. Je moet beseffen dat er ontzettend veel is veranderd de afgelopen 10 jaar, er is veel meer ruimte voor innovatieve projecten in de klassieke kunst. De Nationale Opera is zelfs een van de meest vooruitstrevende huizen ter wereld, al sinds 2007 bieden zij ruimte aan participatieprojecten. Dat zie je ook terug in het programma van het Opera Forward Festival: daar is ontzettend veel aandacht voor improvisatie en interdisciplinaire uitwisseling tussen kunst, maatschappij, en wetenschap, rondom het centrale thema ‘bezieling’. Ik vind het fantastisch dat Pierre Audi mij die ruimte heeft gegeven.

Binnen het Opera Forward Festival besteed je veel aandacht aan studenten, waarom?
Zij zijn de toekomst! Zoals ik al zei, er broeit iets, er komt steeds meer besef dat kunsten de wereld kunnen verbeteren, maar nu moeten we nog de mensen vinden die dat gaan doen. In veel kunstopleidingen is er nog te weinig aandacht voor de vraag ‘waarom doe ik wat ik doe?’ Die discussie wil ik aanwakkeren door middel van de OFF Talks, workshops en colleges die tijdens het festival gehouden worden samen met het Conservatorium, de Theaterschool, de Filmacademie, de UvA en de VU. Ik wil dat de studenten samen nadenken over de vraag ‘heeft mijn kunst iets in zich wat de mensen raakt?’.

Wat zou voor jou het mooiste resultaat zijn van het Opera Forward Festival?
Ik hoop dat heel veel mensen weggaan van het festival met zin om zelf ook meer die combinatie te zoeken tussen kunst en wetenschap. Dat ze geïnspireerd zijn en denken ‘hé, ik wil me ook meer vocaal uiten, ik ga nieuwe boeken lezen, ik ga het gesprek aan!’ Ik wil dat mensen de deur uitlopen met nieuwe energie en een geraakte ziel.